zaterdag 28 juli 2007

ik ben een ware gristen

Vandaag heb ik mij gerealiseerd dat ik een ware gristen ben. Het is een schokkende realisatie, die, hoe kan het ook anders, rust op een drie-eenheid van magische proporties.

Ten eerste geloof ik in een leven dat me nog nooit overkomen is. Ik klamp mij vast aan het paradijs van een toekomst waarin ik succelvol en fantastisch ben en hoewel ik weet dat mijn toekomstdromen na zoveel jaar nog steeds voor geen meter gestalte krijgen, blijf ik de deur van mijn paradijs verbeten klemzetten met de volhardendheid van de voet van een jehovagetuige.

Het koppig vasthouden aan nutteloos gefantaseer over een beter hiernamaals is het eerste element van mijn magische drie-eenheid.

Het tweede element is een gebrek aan angst voor de dood. Ik ben al zo panisch voor dingen waar ik me wel een voorstelling van kan maken, dat de angst voor de dood in mijn geval totaal nutteloos is. Voor hetzelfde geld valt het namelijk reuze mee. Dus in mijn geval, en in het geval van de meeste gristenen, is onkunde over het desbetreffende onderwerp de totale garantie voor zelfvertrouwen en succes.

Het derde element is het rotsvaste geloof dat je het beter weet dan wie dan ook.
Mijn eerste grootse kunstuiting vond plaats toen ik vijf jaar oud was. Ergens op een podium in Uitgeest verbeeldde ik met een onderrok van mijn moeder op mijn hoofd de maagdelijke bruid Maria in een kerstspel. Mijn Jozef had een onduidelijke bruine aardappelzak aan en was net zo oud als ik. Ik straalde onder mijn onderrok en voelde mij geweldig tot mijn Jozef begon te praten. Hij mompelde en vergat toen prompt zijn tekst. Ik verloor mijn geduld. En fluisterde zo hard dat het zelfs achterin de zaal te horen was: ” Zo moet je dat niet zeggen! Je moet zeggen “kom binnen”! Een bescheiden publiek van deels gegeneerde en deels geamuseerde volwassenen keek mij aan. En ik zei “ Schiet op. Zeg het dan!”. En op het podium strompelde mijn verbijsterde en totaal geïntimideerde vijfjarige Jozef naar de kribbe, hij keek naar een deur die er niet was en mompelde: “kom binnen.”
En aldus schreden de door god gezonden vijfjarige wijzen uit het oosten met handdoeken op hun hoofd naar binnen door de niet-bestaande theaterdeur.

Dit alles geeft te denken. In mijn geval zelfs “ruimte voor bezinning”

Tot op heden beschouwde ik mijzelf als een min of meer agnost. Maar de constatering dat ik mijzelf kan samenvatten tot een doodsoptimistische betweter met onrealistische fantasieën…. Wel: ik kan niet anders concluderen dan dat ik een gristen ben.

Geen opmerkingen: