zaterdag 28 juli 2007

sigarenboer

Vandaag ging ik naar de snelle sigarenboer. Niet dat deze man heel snel is; zijn winkel is voor mij de snelle optie omdat hij bij mij op de hoek zit. De eigenaar is over de 70. Hij ruikt naar suddervlees en klinkt naar de parkiet die schuin boven zijn winkeldeur woont. Ik vermijd hem normaal gesproken, omdat ik bang ben voor zijn lange verhalen.

Meestal loop ik naar de langzame sigarenboer, die enkel de kwalificatie langzaam verdient, omdat hij een stukje verderop zit. Ik heb een band met deze winkel. Om te beginnen zit hij naast mijn supermarkt (dus makkelijk en op de route) en daarnaast kan ik er altijd rekenen op een klein grapje dat hooguit twee minuten duurt. Ik wil namelijk nooit een plastic tasje voor het printerpapier dat ik bij ze kan kopen. Wij zijn al drie jaar zoet met deze grap: tot mijn genoegen proberen sigarenboer en zonen elke keer weer als ik even niet oplet een tasje om mijn koopwaar te schuiven en tot hun genoegen weiger ik deze altijd net op tijd.

Het nadeel van de langzame sigarenboer is dat ze inmiddels een beetje aanvoelen als verre familie. En ik had iets vervelends meegemaakt dus besloot naar de snelle sigarenboer te gaan, zodat ik niet vrolijk hoefde te doen tegen mijn verre familie.

Als ik bij de snelle sigarenboer kom ben ik meestal de enige klant. En ik weet dat ik daar niet kom voor mijn eigen vertier, maar omdat ik een praatje ben.
Als ik geluk heb staat hijzelf er: na 70+ jaar nog steeds niet in staat om uit zijn hoofd de prijs van drie pakjes sigaretten op te tellen. Als ik pech heb staat zijn vrouw er, die zich dagelijks aan de laatste strohalm van haar dichtgeverfde uitdunnende vastklampt vanuit de illusie dat ze een fris mens is met een goedlopende zaak waar mensen voor de gezelligheid een pakje sigaretten komen halen. Ze entertaint haar klanten met alles wat ze maar over de buurt weet en zadelt een autist als ik met een radeloos schuldgevoel op dat ik niet de hele dag in hun winkel blijf zitten om bakkies te drinken.

Maar vandaag stond hij er. Het bordje aan de winkeldeur vermeldde dat hij open was, maar de deur zat potdicht. Ik dacht nog dat het aan mij lag en rukte nog eens vastberaden aan de deurklink, waarop de eigenaar engiszins geschrokken met een sleutel opdoemde vanachter zijn sigarettenrekken. Onder zijn bril zaten donkere plekken rond zijn ogen.
En ik dacht nog: help: hij is er nog erger uit gaan zien als het cliché van een oude man: niet alleen suddervlees en parkiet, maar ook nog een enge ziekte.

En toen bleek dat hij afgelopen zaterdag beroofd en in elkaar geslagen was. 200 euro en dertig sloffen sigaretten weg, een jongen die over zijn kleine toonbankje was gesprongen om hem eerst op zijn gezicht te slaan en daarna een mes te trekken.

Terwijl hij me dit verhaal vertelde, kwam er een nieuwe klant binnen, ook een oude man. Deze oude nieuwere klant vertelde dat de snackbar en de koffieshop beroofd waren en slaagde erin om ongemerkt voor te dringen en zijn sigaretten eerder te kopen dan ik. De oude mannen mompelden en mopperden tegen elkaar en toen verdween de oudere nieuwe klant weer.

En ik stond weer alleen met de oude meneer van de snelle sigarenboer. Met zijn nare zwart geworden blauwe plekken rond zijn ogen en een zachte geur van oud eten om zich heen. En hij glimlachte een beetje en zei: “maar u wilde iets hebben?”
En ik kocht mijn sigaretten en liep naar buiten en hij sloot de deur achter me en ik dacht:...
Nee om eerlijk te zijn: ik had geen nobele gedachte dat ik mijn leven zou gaan veranderen teneinde oude in elkaar geslagen mensen te redden.
Het enige wat ik weet is dat ik morgen mijn sigaretten bij hem ga kopen.
En bij niemand anders.

Geen opmerkingen: